LEES MEER
Nieuws

Interview met AKTus - “Een warmtepomp is niet altijd zo groen als ze lijkt”

De warmtepomp wordt steeds vaker naar voren geschoven als een van de belangrijkste oplossingen binnen de energietransitie. Maar achter dat enthousiasme blijven bepaalde vragen nog te vaak onderbelicht. Voor bedrijven die vandaag investeren in hun energie-infrastructuur, zullen de gemaakte technologische keuzes immers gevolgen hebben voor de komende vijftien tot twintig jaar. We spraken hierover met Olivier Van Aerde, zaakvoerder van Edergen, specialist in HVAC-oplossingen.

Olivier Van Aerde

Dit interview is eerder verschenen in AKTus, een uitgave van de AKT CCI Wallonie Picarde. Lees hier het originele artikel (Franstalig).

De warmtepomp wordt steeds vaker naar voren geschoven als een van de belangrijkste oplossingen binnen de energietransitie. Maar achter dat enthousiasme blijven bepaalde vragen nog te vaak onderbelicht. Voor bedrijven die vandaag investeren in hun energie-infrastructuur, zullen de gemaakte technologische keuzes immers gevolgen hebben voor de komende vijftien tot twintig jaar. We spraken hierover met Olivier Van Aerde, zaakvoerder van Edergen, specialist in HVAC-oplossingen.

Warmtepompen zitten duidelijk in de lift. Is er sprake van een blijvende markttransformatie?

Absoluut. Door de schommelende energieprijzen, de Europese klimaatdoelstellingen en de wens om minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen, is de elektrificatie van gebouwen en industriële processen een logische stap geworden. De warmtepomp wordt vandaag beschouwd als een technologie van de toekomst. Dat is een positieve evolutie. Tegelijk moeten we opletten dat we niet alle oplossingen als even duurzaam beschouwen. Achter dezelfde benaming kunnen immers heel verschillende technologieën schuilgaan.

U stelt dat niet alle warmtepompen even duurzaam zijn. Waarom?

Omdat een essentieel element vaak ontbreekt in het debat: het gebruikte koudemiddel. Een groot deel van de warmtepompen die vandaag op de markt worden gebracht, werkt met synthetische koudemiddelen zoals HFK’s (hydrofluorkoolwaterstoffen) of HFO’s (hydrofluorolefinen). Deze stoffen behoren tot dezelfde chemische familie als PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) of kunnen afbreken tot persistente verbindingen zoals TFA (trifluorazijnzuur). Deze moleculen verdwijnen nauwelijks uit het milieu en kunnen langdurig bodem- en waterbronnen verontreinigen. De paradox is duidelijk: we vervangen fossiele brandstoffen door technologieën die mogelijk een ander milieuprobleem creëren.

De technologie is er, de expertise ook. Wat vandaag nog ontbreekt, is de reflex van de markt.

Ruben Van Heuverswijn, CSO

PFAS is vandaag een veelbesproken onderwerp. Welke impact kan dit hebben op de sector?

Europa bevindt zich op een kantelpunt. In het kader van de REACH-regelgeving bereiden de Europese autoriteiten een van de meest ingrijpende chemische beperkingen ooit voor met betrekking tot PFAS. De eerste maatregelen zouden tussen 2026 en 2028 van kracht kunnen worden. Dat betekent dat technologieën die vandaag als standaard worden beschouwd, morgen geconfronteerd kunnen worden met een veel strenger regelgevend kader. Voor bedrijven die vandaag investeren, is het belangrijk om deze evolutie al tijdens de ontwerpfase mee te nemen.

Kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn voor eigenaars van installaties?

Ja. Een warmtepomp is doorgaans een investering voor vijftien tot twintig jaar. En precies binnen die termijn zal de regelgeving sterk evolueren. We zien vandaag al een geleidelijke verstrenging van de Europese regels rond gefluoreerde gassen: lagere quota, beperkingen op bepaalde nieuwe installaties en strengere eisen voor controle en onderhoud. In combinatie met toekomstige PFAS-regelgeving kunnen verschillende risico’s ontstaan:

  • stijgende onderhouds- en herstellingskosten;
  • een beperktere beschikbaarheid van bepaalde koudemiddelen;
  • een versnelde veroudering van sommige installaties;
  • onzekerheid rond toekomstige regelgeving en wettelijke verplichtingen.

Met andere woorden: een moeilijk voorspelbare stijging van de operationele kosten gedurende de volledige levensduur van de installatie.

De paradox is duidelijk: we vervangen fossiele brandstoffen door technologieën die mogelijk een ander milieuprobleem creëren.

Olivier Van Aerde

Hoe kunnen bedrijven dat risico beperken?

Door verder te kijken dan de korte termijn. Als we de energietransitie consequent willen doorvoeren, moeten we vandaag al beginnen met het uitfaseren van problematische stoffen in plaats van die discussie uit te stellen. De keuze voor een warmtepomp mag niet uitsluitend gebaseerd zijn op de investeringskost of het onmiddellijke rendement. Ook de toekomstbestendigheid van de technologie moet een belangrijke rol spelen.

Zijn er vandaag geloofwaardige alternatieven beschikbaar?

Zeker. En dat is misschien wel het meest interessante aspect. Warmtepompen met natuurlijke koudemiddelen zoals propaan (R290) of CO₂ (R744) zijn vandaag al breed beschikbaar. Ze bevatten geen PFAS, ontsnappen grotendeels aan de complexiteit van de regelgeving rond gefluoreerde gassen en leveren uitstekende energieprestaties. Bovendien sluiten ze perfect aan bij de richting die Europa voor de komende decennia lijkt uit te gaan.

Toch blijven deze oplossingen voorlopig een minderheid. Hoe komt dat?

Marktgewoonten veranderen vaak trager dan technologie. Zoals Ruben Van Heuverswijn het samenvat: “De technologie is er, de expertise ook. Wat vandaag nog ontbreekt, is de reflex van de markt.” Discussies focussen nog vaak op de terugverdientijd op korte termijn. Dat blijft belangrijk, maar volstaat niet meer. Bedrijven zullen steeds vaker ook rekening moeten houden met regelgevende, milieutechnische en strategische factoren wanneer ze investeren in hun energievoorziening.

Olivier Van Aerde

Gelijkaardige artikels